| 8 februari 2018 |

Een concurrentiebeding is een veel voorkomende bepaling in de arbeidsovereenkomst. In de praktijk gaan werknemers hiermee veelal akkoord zonder zich ten volle te realiseren wat de gevolgen van een dergelijk beding kunnen zijn. De gedachte overheerst nog altijd “dat je zelf wel toch wel uitmaakt waar je gaat werken”. Maar is deze gedachte wel altijd juist?

Inleiding.

Een concurrentiebeding beperkt een werknemer in zijn vrijheid om na het einde van zijn dienstverband bij een andere werkgever of bijvoorbeeld als zelfstandige aan de slag te gaan. De voormalige werkgever kan met deze schriftelijke bepaling voorkomen dat de werknemer door concurrerende werkzaamheden schade aanricht. Gezien de vergaande beperkende werking van het concurrentiebeding voor een werknemer, worden er strenge eisen gesteld aan de geldigheid van een concurrentiebeding. Zo mag een dergelijk beding onder meer alleen worden overeengekomen tussen een werkgever en een meerderjarige werknemer, dient het beding schriftelijk te worden overeengekomen en moet het beding opnieuw overeengekomen worden bij een belangrijke wijziging van de omstandigheden waardoor het beding beduidend zwaarder op de medewerker gaat rusten (bijvoorbeeld in geval van een ingrijpende functiewijziging) alsmede bij het aangaan van een nieuwe arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer. Als echter sprake is van een geldig beding, dan kan de werkgever in beginsel nakoming hiervan vorderen. Dit bleek recent in een zaak tussen een makelaarskantoor en een makelaar.

Rechtbank Noord-Holland 25 januari 2018.

Werknemer was op 1 januari 2010 in de functie van assistent-makelaar in dienst getreden bij het makelaarskantoor in Alkmaar. In 2013 is hij Register Makelaar geworden en op 13 maart 2017 is hij beëdigd als Register Makelaar/Taxateur. In de bij aanvang van het dienstverband gesloten arbeidsovereenkomst staat een concurrentie, relatie- en boetebeding. In deze kortgeding-procedure vorderde de (ex-)werknemer – kort gezegd – buiten werkingstelling van het concurrentiebeding, relatiebeding en de bijbehorende boetebepaling in de arbeidsovereenkomst. Deze bedingen bepalen dat de werknemer gedurende een periode van 2 jaar na het eindigen van de arbeidsovereenkomst zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever geen functie met klantcontact mag uitoefenen, hetzij op eigen naam, hetzij door middel van en/of in samenwerking met, dan wel in dienstbetrekking bij andere natuurlijke of rechtspersonen, welke gelijk zijn aan de activiteiten van werkgever of met de werkgever gelieerde onderneming(en), in een straal van 15 kilometer rondom de vestigingsplaats van werkgever. Evenmin mag de werknemer gedurende deze periode van 2 jaar zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de werkgever cliënten van werkgever of met de werkgever gelieerde onderneming(en), benaderen of bedienen dan wel doen bedienen, op een wijze gelijk of gelijksoortig aan de wijze van bedienen van de werkgever of de met werkgever gelieerde onderneming(en). Doet werknemer dit wel, dan verbeurt hij een boete van € 5.000,- per overtreding.

Werknemer heeft per 1 februari 2018 de arbeidsovereenkomst met het makelaarskantoor beëindigd, omdat hij een nieuwe functie (als makelaar) heeft geaccepteerd bij een ander makelaarskantoor in Alkmaar.

Werknemer heeft in deze procedure aangevoerd dat het concurrentiebeding (slechts) betrekking had op de functie van assistent-makelaar. Voorts heeft hij betoogd dat zijn beëdiging op 13 maart 2017 meebracht dat het concurrentiebeding om zijn gelding te behouden opnieuw schriftelijk overeengekomen had moeten worden, nu die beëdiging moet worden aangemerkt als een ingrijpende wijziging in de arbeidsverhouding waardoor het concurrentiebeding zwaarder is gaan drukken. De kantonrechter verwerpt het standpunt van werknemer. Hierbij acht de kantonrechter van belang dat uit de mededelingen van partijen ter zitting is gebleken dat bij aanvang van de arbeidsovereenkomst op 1 juni 2010 het voor beide partijen reeds duidelijk was dat werknemer de ambitie en potentie had om binnen het makelaarskantoor door te groeien naar de functie van Register Makelaar/Taxateur. Hierbij is onder meer van belang de omstandigheid dat werknemer vrij snel na aanvang van de arbeidsovereenkomst met zijn vijfjarige studie voor Register Makelaar was begonnen, teneinde op termijn te kunnen doorgroeien naar de functie van (beëdigd) Register-Makelaar/Taxateur. Dit perspectief stond partijen derhalve direct voor ogen. Hierbij is ook van belang dat ter zitting is gebleken dat werknemer bij aanvang van de arbeidsovereenkomst reeds veel meer taken verrichtte en mocht verrichten dan die welke behoorden bij de functie van assistent-makelaar. Kortom, het lag in de lijn der verwachting van beide partijen dat werknemer zich van assistent-makelaar zou ontwikkelen tot makelaar. Tegen die achtergrond acht de kantonrechter het voorshands voldoende aannemelijk dat het concurrentiebeding niet alleen betrekking heeft op de functie van assistent-makelaar en dat het concurrentiebeding niet zwaarder is gaan drukken.

Subsidiair stelt werknemer zich op het standpunt dat hij door het concurrentiebeding onredelijk wordt benadeeld in verhouding tot de belangen van het makelaarskantoor. Ook op deze grondslag wordt de vordering afgewezen. De stelling van werknemer is dat hij bij het makelaarskantoor in zijn ambities werd belemmerd, omdat hij daar niet de mogelijkheid had om aandelen te verkrijgen, terwijl hij die mogelijkheid bij zijn beoogde nieuwe werkgever wel heeft en bovendien krijgt hij daar mede zeggenschap over het bedrijf. De kantonrechter is met het makelaarskantoor van oordeel dat werknemer (vrijwel) geen schriftelijke stukken heeft overgelegd van zijn beoogde nieuwe werkgever die deze stelling onderbouwen. Hoe het ook zij, werknemer heeft zelf de keuze gemaakt om zijn arbeidsovereenkomst met het makelaarskantoor op te zeggen om bij het andere Alkmaarse makelaarskantoor in dienst te kunnen treden. Het makelaarskantoor heeft het belang van instandhouding van het concurrentiebeding voldoende aannemelijk gemaakt. Werknemer bezit als makelaar specifieke kennis in de regio, de concurrentie in de makelaardij is moordend en werknemer wil gaan werken bij een kantoor dat op korte afstand van het makelaarskantoor is gevestigd. Gelet op de in het concurrentiebeding genoemde afstand van 15 kilometer is de kantonrechter van oordeel dat er geen sprake is van een dusdanige belemmering van werknemer om als makelaar werkzaam te zijn, in loondienst of zelfstandige, dat het belang van het makelaarskantoor daarvoor moet wijken.

Afsluitend.

Bij het opnemen in de arbeidsovereenkomst van bijzondere bedingen zoals het concurrentiebeding is het voor werkgevers van groot belang erop te letten dat dit beding aan alle eisen voldoet zodat het ook geldig is. Voor werknemers is het van belang niet te licht te denken over de inhoud en strekking van een dergelijk beding. Wilt u meer informatie over arbeidsovereenkomsten? Heeft u hulp nodig bij het opstellen of beoordelen van een overeenkomst? Doet zich een bepaalde situatie voor en vraagt u zich af of deze in strijd is met de overeengekomen arbeidsvoorwaarden? Neem dan contact op met ADVOCURA. Wij helpen u graag.