| 12 februari 2018 |

In ons nieuwsbericht van 11 oktober 2017 informeerden wij u over een nieuwe wet ter vervanging van de Wet DBA. Deze nieuwe wet moet enerzijds (het inhuren van) echte zelfstandigen zekerheid bieden dat geen sprake is van een dienstbetrekking en anderzijds schijnzelfstandigheid voorkomen.

In de nieuwe wet zal aansluiting gezocht worden bij het uurtarief van de zzp’er. Voor zzp’ers wordt bepaald dat altijd sprake is van een arbeidsovereenkomst bij een laag tarief in combinatie met een langere duur van de overeenkomst (langer dan drie maanden). Voor zzp’ers met een hoog tarief wordt een ‘opt-out’ voor de loonbelasting en de werknemersverzekeringen ingevoerd. Deze opt-out geldt bij een hoog tarief in combinatie met een kortere duur van de opdrachtovereenkomst (korter dan één jaar) en hiermee wordt geregeld dat opdrachtgevers straks geen risico lopen op naheffingsaanslagen. Voor het zogenaamde middentarief zal een ‘opdrachtgeversverklaring’ worden ingevoerd. Opdrachtgevers krijgen deze verklaring via het invullen van een webmodule. De opdrachtgeversverklaring geeft opdrachtgevers vooraf duidelijkheid en zekerheid over de arbeidsrelatie bij de inhuur van zelfstandig ondernemers. Het geeft vooraf zekerheid aan de opdrachtgever over vrijwaring van loonbelasting en premies werknemersverzekeringen.

 

In zijn brief van 9 februari 2018 aan de Tweede Kamer schetst de minister de route naar inwerkingtreding van de wetgeving betreffende de vervanging van de Wet DBA. In dit verband meldt de minister dat het streven is de specifieke maatregelen, bedoeld voor de onderkant en de bovenkant van de arbeidsmarkt, alsmede de opdrachtgeversverklaring per 1 januari 2020 in werking te laten treden. Na inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving geldt maximaal een jaar nog een terughoudend handhavingsbeleid, waarin de Belastingdienst een coachende rol heeft en partijen helpt bij de toepassing van de nieuwe regelgeving.

Op dit moment is de handhaving van de Wet DBA opgeschort tot 1 juli 2018, met uitzondering van kwaadwillenden. Deze opschorting wordt verlengd tot in ieder geval 1 januari 2020. Er wordt nu gehandhaafd bij de ernstigste gevallen van kwaadwillenden. Dit zijn de kwaadwillenden die opereren in een context van opzet, fraude of zwendel, waarbij sprake is van listigheid, valsheid of samenspanning en situaties die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting. De minister geeft in zijn brief aan dat het kabinet het wenselijk acht de handhaving niet langer alleen te richten op de ernstigste gevallen, maar ook op de andere kwaadwillenden. Vanaf 1 juli 2018 wordt daarom niet langer alleen bij de ernstigste gevallen van kwaadwillenden gehandhaafd, maar kan er ook bij andere kwaadwillenden worden gehandhaafd.

De andere kwaadwillenden, waarbij er vanaf 1 juli 2018 ook kan worden gehandhaafd, zijn de kwaadwillenden die opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laten ontstaan of voortbestaan. Dit betekent dat de Belastingdienst kan handhaven, als de Belastingdienst de volgende drie criteria alle drie kan bewijzen:

1. Er is sprake van een (fictieve) dienstbetrekking.

2. Er is sprake van evidente schijnzelfstandigheid.

3. Er is sprake van opzettelijke schijnzelfstandigheid.

In dergelijke gevallen wordt veelal een oneigenlijk voordeel behaald en/of het speelveld op een oneerlijke manier aangetast. Deze handhaving vindt plaats in het kader van de reguliere controles loonheffingen. Bij de handhaving gedurende het handhavingsmoratorium blijft er dan ook een extra zware bewijslast voor de Belastingdienst bestaan, omdat de Belastingdienst zowel moet aantonen dat er sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking, als dat er sprake is van opzettelijke en evidente schijnzelfstandigheid.

Eerst na de inwerkingtreding van de nieuwe maatregelen ter vervanging van de Wet DBA wordt het handhavingsmoratorium gedurende maximaal een jaar gefaseerd afgebouwd.

Kort samengevat, komt het erop neer dat zo lang geen sprake is van kwaadwillenden, opdrachtgevers en zzp’ers tot 1 januari 2020 geen naheffingen en boetes krijgen opgelegd in verband met de Wet DBA van de Belastingdienst. Heeft u vragen met betrekking tot de Wet DBA? ADVOCURA adviseert u graag.