Het Hof Amsterdam heeft op 18 juni 2024 beslist dat de Stichting TPC (The Privacy Collective) ontvankelijk is in haar vorderingen tegen Oracle en Salesforce.

TPC startte in 2020 een collectieve actie tegen Oracle en Salesforce. Deze softwarebedrijven handelen in profielen van internetgebruikers, opgebouwd uit informatie die wordt verzameld via tracking-cookies op websites en in apps. TPC stelt zich op het stadpunt dat dit in strijd is met de AVG en eist namens alle internetgebruikers in Nederland jegens zowel Salesforce als Oracle een schadevergoeding van € 500 per persoon.

Eerder oordeelde de Rechtbank Amsterdam dat TPC niet aan alle daartoe gestelde eisen ter zake onder meer representativiteit en governance voldeed. Het Hof heeft thans anders beslist.

Voor wat betreft de representativiteit stelt het Hof voorop dat de wet op dit punt geen getalsmatig criterium stelt; hiervan is bij de totstandkoming van de wet bewust afgezien. Het Hof oordeelt dat uit de omstandigheid dat niet alleen verenigingen, die vanzelfsprekend leden hebben, maar ook stichtingen, die dat niet hebben, als eiser kunnen optreden volgt dat de wetgever het kennelijk niet zonder meer noodzakelijk heeft geacht dat vastgesteld kan worden wie precies de achterban van de eiser vormt. Het is ook niet nodig dat aannemelijk wordt gemaakt dat de gehele (nader nauw te omschrijven) groep die gebaat kan zijn door de actie van TPC, deze actie thans wenst of steunt. Free riding is toegestaan. Noodzakelijk, maar tevens voldoende is dat een achterban bestaat, dat wil zeggen dat een niet te verwaarlozen aantal personen behorende tot die (nauw te omschrijven) groep achter de actie van TPC staat. Daarvoor is relevant dat maatschappelijke organisaties zoals de Consumentenbond en diverse stichtingen steun voor de collectieve actie hebben uitgesproken. De likes geven daarnaast aan dat een weliswaar niet zeer groot, maar toch behoorlijk aantal natuurlijke personen instemmen met deze actie.

Het Hof heeft met deze uitspraak, overigens niet alleen op het punt van representativiteit maar ook op andere punten, wat meer duidelijkheid gecreëerd.

Lees hier de volledige uitspraak.